Lesstof: de positie van de netspeler

Je hebt spelers die elke keer net niet erbij kunnen aan het net en uiteindelijk weinig volleys slaan in een wedstrijd. En je hebt spelers die lijken te beschikken over uitschuifarmen: ze hebben alles, staan op de goede plek en krijgen vleugels.
Tot welke categorie behoor jij? En hoe zorg je ervoor dat je meer succes beleeft aan het dubbelspel?


Wat is de goede positie aan het net?

Hier is natuurlijk niet 1 waarheid over. Bovendien is het persoonsgebonden wat je fijn vindt qua positie. Het is goed om verschillende dingen uit te proberen en te kijken wat goed bij je past.
Over het algemeen geldt: sta met beide voeten ongeveer op racketlengte afstand aan de binnenkant van tramrails.

“Kan de tegenstander mij dan niet heel makkelijk passeren?”

Dat hangt sterk af van hoe makkelijk of moeilijk de bal is die jouw tegenstander krijgt. Speelt jouw medespeler een goede bal? Dan is de kans niet zo groot dat je wordt gepasseerd. Bovendien heb je altijd nog je reactie en de reikwijdte van je racket waardoor je de bal eventueel nog hebt. En tot slot: hoe groot is de kans dat de tegenstander de bal ook meteen goed slaat?
Ga zelf maar eens na: hoe vaak lukt het jou als achterspeler om de bal op ongeveer precies die 50 centimeter ruimte te mikken?

Als jouw tegenstander een bal aan de buitenkant van de baan speelt, heeft hij/zij een grote hoek om je te passeren. Zowel links als rechts. Dan is het minder verstandig om positie aan de binnenkant in te nemen.
Als jouw tegenstander een bal aan de binnenkant krijgt, dan heeft hij/zij een minder grote hoek om je te passeren. Immers: te hard langs je op slaan, betekent dat de bal waarschijnlijk naast de tramrails landt.
Actief netspel kan zorgen voor verwarring bij de tegenstander

Wat vind jij zelf als achterspeler lastiger? Een netspeler aan de overkant die altijd op dezelfde plek staat en weinig beweegt, of de netspeler die van positie wisselt er probeert tussen te komen en de druk opvoert? De meeste spelers ervaren de beweeglijke netspeler als de vervelende tegenstander. Zeker als hij/zij het goede moment kiest en vertrouwen krijgt. Probeer vanuit die gedachte ook zelf aan het net te staan. Kruip in het hoofd van de tegenstander, zeker als blijkt dat ze aan van achteruit heel solide zijn.


Een paar tactische tips voor de positie van de netspeler
  • Bepaal je positie en loopactie deels aan de hand van de bal van jouw medespeler, anticipatie dus.
    Hoe dieper de bal van jouw medespeler, hoe groter de kans dat jij ertussen kunt komen. Immers: de bal van de tegenstander is langer onderweg voordat deze het net over is. Gaat de service van jouw medespeler meer naar binnen? Dan kan je een van tevoren al een stukje opschuiven naar het midden. De kans is dan minder groot dat je in de tramrails gepasseerd wordt. De tegenstander moet dan namelijk van binnen naar buiten slaan. Dit maakt de kans groter dat de tegenstander te hard slaat en de bal buiten de tramrails plaatst.
  • 1x gepasseerd worden is niet erg en 2 of 3x ook niet.
    Word je een keer gepasseerd? Roep dan mooie bal en raak niet meteen in paniek. Hier tegenover staan waarschijnlijk heel wat punten dat de tegenstander het probeert en geen succes heeft. Of de ballen die de tegenstander te ver cross en uit slaat, omdat hij/zij druk ervaart van jouw positie. Dus niet alleen de gescoorde volleys van jou zijn belangrijk, maar ook de onnodige fouten die je afdwingt.
  • Actief netspel als de tegenstanders vaster zijn van achteruit.
    Merk je samen met je dubbelpartner dat het van achteruit een lastige wedstrijd is? Zijn de tegenstanders geduldiger en winnen ze veel meer rally’s van achteruit? Behalve dat je mag proberen om vaster te spelen van achteruit, kan je ook proberen om actiever te zijn aan het net. Hierdoor gaan de tegenstanders wellicht nadenken en raken ze uit hun ritme.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.